V oetbal, vrouwen, wereldoorlog I - in zijn fotografisch werk is Marco Magielse niet zozeer gefascineerd door de voorlaatste letterreeks van het alfabet, als wel door deze thema's en dan vooral door de verhalen die de beelden die hij ervan maakt kunnen vertellen.
Marco Magielse
Marco Magielse   foto: Cor Viveen


Eén beeld zegt soms meer dan duizend woorden, luidt het cliché. Magielse betwijfelt of het er zoveel zijn, maar woorden zijn ook niet nodig, wel de emoties die door het beeld kunnen worden opgeroepen en daarmee de herinneringen en de fantasieën. Voetbal - de volkssport die in Nederland altijd zulke heftige emoties losmaakt - is niet alleen één van de hoofdthema's van zijn werk, maar bracht de would-be beeldend kunstenaar ook voor het eerst professioneel in aanraking met de fotografie.

Magielse: "Ik heb vlak na het behalen van mijn diploma aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg freelance gewerkt voor het toenmalige dagblad 'Brabants Nieuwsblad'. Meestal ging ik in de weekenden op pad om fotoverslagen te maken van voetbalwedstrijden. Later ben ik de 'huisfotograaf' geworden van de Bredase voetbalclub NAC. Natuurlijk ben ik als voetbalfotograaf bepaald niet de enige in Nederland. Zeker in de Randstad lopen bekendere collega's van me rond. Toch denk ik, dat mijn verbondenheid met een zuidelijke club die bepaald niet altijd de ranglijst van de competitie aanvoert niet het enige punt is dat mij van hen onderscheidt. De gemiddelde fotograaf is toch vooral geïnteresseerd in wat er rond de bal en dus op het veld zelf gebeurt. Ik heb ook oog voor wat er zich aan de rand daarvan afspeelt. De sfeer in een stadion, het gejuich op de tribunes, de intense concentratie in de blik van een grensrechter - dat alles maakt evengoed deel uit van een wedstrijd als de doelpunten die er wel of niet gescoord worden. Daarom stel ik me bijvoorbeeld soms op naast de plek waar de spelers vanuit de omkleedruimte het veld opkomen - om de gespannen uitdrukking op hun gezicht te kunnen vastleggen, met daarachter een glimp van het enthousiasme van enkele toeschouwers, omdat het eindelijk gaat beginnen. Zo leg je niet enkel een gebeurtenis vast, maar ook een sfeer."

Is dat ook wat je boeit aan voetbal als fenomeen? De beleving door grote groepen mensen?

Magielse: "Zeker, al vrees ik dat een deel van die oorspronkelijke sfeer inmiddels verdwenen is. Ik heb me jarenlang verdiept in de voetbalgeschiedenis en zo ontdekt dat ik in mijn foto's iets tracht op te roepen wat in de jaren vijftig veel vanzelfsprekender was dan nu. Toen waren de stadions intiemer en was de afstand tussen toeschouwers en spelers minder groot. En toch sprak een ster als Abe Lenstra destijds misschien nog wel meer tot de verbeelding dan zijn navolgers nu. Vóór ik beroepsfotograaf werd heb ik dat fenomeen ook trachten vast te leggen in schilderijen: Abe als idool, als een topsporter die tegelijk ver weg en toch heel dichtbij is. Misschien toont het feit dat ik een hazewindhond heb gehad die ik Abe noemde de mate van mijn fascinatie aan. Overigens is die hond inmiddels al even dood als Abe zelf."

Een belangrijk deel van je vrije werk bestaat uit foto's die betrekking hebben op de Eerste Wereldoorlog. Is het daar ook de beleving door grote groepen mensen die je fascineert in plaats van de militaire geschiedenis? Met andere woorden: gaat het je ook hier eerder om de emotionele sociologie dan om de gebeurtenissen zelf?

Marco Magielse
Marco Magielse  
Magielse: "Ik lees nagenoeg alles wat ik te pakken kan krijgen over dit thema, en dat is inmiddels vrij veel. Je kunt dus niet zeggen dat de geschiedenis zelf me koud laat, maar inderdaad, de strategie van de veldslagen en de politieke beslissingen daarachter zijn voor mij maar bijzaak. Bovendien is het een artistieke uitdaging om foto's te maken over Wereldoorlog I, want de gevechten zelf kun je natuurlijk onmogelijk nog op de plaat vastleggen. Daarom concentreer ik me op overblijfselen in het landschap en dan vooral op de relicten die op een wat bizarre manier interfereren met de hedendaagse werkelijkheid. Zo ben ik in Ieper in een café geweest waar een voormalige loopgraaf onder de vloer lag en in een andere kroeg waar er in de achtertuin nog steeds een geul uit '14 - '18 was. Aan de beroemde Menenpoort fascineren me dan weer vooral de talloze briefjes die kleinkinderen en achterkleinkinderen er achterlaten, briefjes waarin ze feitelijk het woord tot richten tot de voorvader die in Ieper gesneuveld is. Door ook de context te tonen van de loopgraaf of het briefje laat ik zien hoe deze gruwelijke slachting nog altijd voortleeft in de geesten van de huidige stadsbewoners en toeristen. Ik fotografeer dus een fenomeen dat tegelijk geschiedenis is én éénentwintigste-eeuwse dagelijkse realiteit."

Waar ligt dan de grens tussen oorlogsreportage en landschapsfotografie?

Magielse: "Die is soms moeilijk te trekken, maar ik geef toe dat in België het landschap me evenzeer fascineert als het oorlogsrelict. Het is er in veel opzichten veel authentieker dan in Nederland. Bij ons wordt het landschap verstoort door talloze na-oorlogse elementen: autosnelwegen, reclame, Vinexwijken. Soms lijkt het landschap zelfs niet veel meer dan een verzameling eilandjes tussen de snelwegen. België is leger, oorspronkelijker, romantischer ook. Ook dat is een reden waarom ik geregeld in de auto stap en 'even' doorrijd naar Ieper of zelfs nog verder. Zelfs de voetbalstadions zijn er minder 'clean' dan bij ons."

Dat lijkt ook een verbindend element tussen voetval en wereldoorlog I - de zoektocht naar de verloren gegane romantiek.

Magielse: "En heroïek! Het doet me echt wat als ik me voorstel hoe de soldaten destijds hun leven waagden - en vaak verloren - om een stomme hoop modder te veroveren. Dan speelt het lied van wijlen Bram Vermeulen me vaak door het hoofd, waarin hij zingt: 'Vertel van die verschrikking, maar niet aan mij. Ik hoef niet meer te weten, ik was erbij'".

Het voordeel van de historicus of romancier is dat hij het hele verhaal kan vertellen. De fotograaf is daarbij toch erg in het nadeel, omdat hij noodgedwongen een versplinterd beeld geeft.

Marco Magielse
Marco Magielse
Magielse: "Dat hoeft niet per sé. Ik probeer in de eerste plaats aan de hand van de details in de foto veel meer te suggereren dan alleen een registratie van de gebeurtenis. Sterker nog: de details roepen het eigenlijke beeld op. In de tweede plaats probeer ik tegenwoordig steeds meer foto-essays te maken. In een opdracht voor een krant of een tijdschrift moet ik me natuurlijk noodgedwongen tot één of enkele foto's beperken. Er wordt nu eenmaal niet meer van me verlangd. Maar in vrij werk kan ik zoveel foto's maken als ik zelf wil. Door die in een bepaalde volgorde te plaatsen kan ik veel meer vertellen en gaat het dus toch wat lijken op een boekwerk."

Afgezien van het feit dat elk huwelijk een vorm van loopgravenoorlog is lijkt het thema vrouwenportretten toch helemaal los te staan van de andere twee.

Magielse: "Dat klopt gedeeltelijk. In veel van mijn portretten heb ik het vrouwengezicht of vrouwenlichaam gecombineerd met voetbal. Ik heb bijvoorbeeld een reeks gemaakt met een aantrekkelijke jonge vrouw in een voetbalstadion. Ook hierbij werd de aandacht van de kijker echter vanzelf verlegd naar de details van de foto - de tribune, het veld beneden - en zo werd het tegelijk een mooi vrouwenportret en méér dan een vrouwenportret.
In mijn werk in opdracht heb ik trouwens nog veel meer vrouwen gefotografeerd, maar dan ging het mij er veeleer om de geportretteerde letterlijk en figuurlijk in een zo gunstig mogelijk licht te tonen. Dan kijk ik niet alleen naar de uiterlijke kenmerken van haar gezicht en lichaam, maar ook naar de uitstraling van haar persoonlijkheid. Het cliché van de innerlijke schoonheid naar voren halen probeer ik dan waar te maken."

En met erotiek heeft dat zogezegd allemaal niets te maken?

Magielse: "Natuurlijk wel, maar ook erotiek is een kwestie van details en niet van 'open-en-bloot' fotografie. Ik heb jaren geleden voor een zakenblad een portret gemaakt van een vrouwelijke ondernemer. Ze was nog tamelijk jong en best knap, maar nou ook weer geen spectaculaire schoonheid. Wat ik in die foto heb gedaan was een stukje van haar onbedekte been tonen. Over dat detail - en alleen daarover - heb ik jaren later nog opmerkingen gekregen van mensen. Zo'n simpel element - natuurlijk wel in de juiste context geplaatst - kan dus veel meer tot de erotische verbeelding spreken dan een standaard foto in 'Playboy'.
Dar neemt allemaal niet weg dat ik soms gewoon graag een mooie vrouw fotografeer. In dat opzicht verschil ik niets van andere mannen - en niets van andere fotografen ook trouwens."

Tekst: Jeroen Kuypers